Home

 

 

Met het idee ‘lekker bruin te worden op de reservebank’ vertrok Wim Rijsbergen in juni 1974 met de Oranje-selectie naar West-Duitsland. ‘Ik hoopte dat ik op het WK af en toe wat speelminuten zou krijgen’, vertelt Rijsbergen, die in de laatste oefeninterland vóór het toernooi – in De Kuip tegen Roemenië (0-0) – had gedebuteerd. ‘Ik had eigenlijk het EK van 1976 al in mijn hoofd. Dáár hoopte ik basisspeler te zijn, in Duitsland wilde ik alleen wat ervaring opdoen.’

Het liep anders. Vanaf het eerste duel, op 15 juni met Uruguay, tot en met de finale op 7 juli tegen West-Duitsland stond Rijsbergen in het basisteam van bondscoach Rinus Michels. ‘Ik had het voordeel dat we met Feyenoord een topseizoen hadden gedraaid’, weet Rijsbergen. ‘We werden kampioen en wonnen de UEFA Cup. Cor van der Hart was als assistent-coach van het Nederlands elftal de vaste scout bij Feyenoord. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik bij de selectie kwam.’ In de aanloop naar het toernooi raakten andere topverdedigers als Barry Hulshoff en Aad Mansveld geblesseerd. ‘En ook Rinus Israel was niet helemaal topfit’, herinnert Rijsbergen zich. ‘Waarschijnlijk was ik een goed alternatief. Achteraf kan ik me de gedachtegang van Michels wel voorstellen. Dat Totaalvoetbal van Oranje, dat later zo geroemd is, is gebaseerd op een zeker risico. Om aanvallend sterker te worden wilde Michels – en hij zal daarbij best zijn ingefluisterd door Johan Cruijff – een laatste man die voortdurend zou inschuiven, om een overtalsituatie op het middenveld te creëren. Dat werd Arie Haan. Die speelstijl kun je alleen maar hanteren als je een heel sterke verdediging hebt. Ruud Krol en Wim Suurbier hadden als backs al de nodige ervaring, ik kwam erbij om de spitsen af te stoppen.’

Het contact met Michels bleef tijdens het toernooi vrijwel beperkt tot het uitwisselen van de woorden dag en hallo. Rijsbergen: ‘Ik denk dat ik in de zes weken die we met de selectie bij elkaar zijn geweest twee zinnen met hem gesproken heb. De kracht van Michels was dat hij het vermogen had mensen belangrijk te maken, én dat hij goed inschatte welke voetballers de beste combinatie zouden vormen. Bovendien verstond hij de kunst de touwtjes op het juiste moment te laten vieren. Als wij na een overwinning wilden feesten, dan liet hij dat ook toe. En dan werden er de nodige biertjes gedronken.’

De hiërarchie in de spelersgroep was duidelijk, zegt Rijsbergen. ‘Johan Cruijff was natuurlijk de leider, Willem van Hanegem op een andere manier. Op de training schold hij je soms helemaal verrot. Daar kon je je aan gaan ergeren, maar dan had je elke dag een psycholoog nodig. Bovendien zei Willem altijd: “Pas als ik niks meer tegen je zeg, heb ik geen vertrouwen meer in je.”

Oranje kwam de poule met Uruguay, Zweden en Bulgarije vrij simpel door en in de tweede ronde klopte het achtereenvolgens Argentinië en Oost-Duitsland. Vervolgens wachtte op 3 juli in Dortmund titelverdediger Brazilië. Rijsbergen: ‘Brazilië was op dat moment nog steeds het beste team van de wereld. Technisch bijna onverslaanbaar, het enige minpunt was dat ze wel eens voetbalden om te voetballen, en niet om te scoren.’ Het werd een keihard duel, waarin Johan Neeskens enige tijd bewusteloos op het veld lag na een vuistslag van Mario Marinho en diens ploeggenoot Luis Pereira kort voor tijd rood kreeg na een aanslag op diezelfde Neeskens. ‘Wij hadden aan een gelijkspel genoeg’, weet Rijsbergen. ‘Vanwege ons risicovolle spel moesten we bij balverlies proberen de bal meteen weer te veroveren. En dan moet je wel eens een schopje uitdelen… Wij waren óók niet misselijk, hè. Nadat wij op voorsprong waren gekomen probeerde Brazilië de boel te forceren en toen liep het helemaal uit de hand.’

De strafschop die Neeskens al na één minuut in de finale tegen West-Duitsland benutte had hij achteraf bezien beter kunnen missen, vindt Rijsbergen. ‘Na die 1-0 kwam er een tweedeling in de groep. De ene helft wilde meteen de tweede goal maken, terwijl de andere helft de voorsprong ging verdedigen. Dat werkte niet.’ De gastheren scoorden nog vóór rust twee keer. In de pauze nam Michels de omstreden beslissing René van de Kerkhof in te brengen voor Rob Rensenbrink. Rijsbergen: ‘Rob had nooit moeten spelen, want hij was tegen Brazilië geblesseerd geraakt. Later is geschreven dat hij op de avond vóór de finale een sponsorcontract met Puma zou hebben getekend. Hij zou het geld alleen krijgen als hij daadwerkelijk zou spelen. Ik weet niet of dat waar is, maar dat maakt niet uit: ik kan me goed voorstellen dat je als voetballer koste wat kost wilt meedoen in een WK-finale. Maar voor het elftal was het achteraf beter geweest als hij zich had teruggetrokken. Piet Keizer voelde zich gepasseerd toen Van de Kerkhof het veld op moest en niet hij, maar daar heb ik niets van meegekregen omdat ik in een andere kleedkamer werd verzorgd door Pierre van den Akker.’ Rijsbergen moest de eindstrijd uiteindelijk geblesseerd verlaten. ‘Het rare is dat je van tevoren denkt dat een WK-finale het hoogtepunt uit je voetbalcarrière wordt. Maar omdat we verloren, is het in principe een dieptepunt geworden.’

Tijdens het komende WK is hij wederom van de partij in Duitsland. Als assistent-bondscoach van Trinidad en Tobago, onder Leo Beenhakker. Rijsbergen: ‘Geweldig om mee te mogen maken. Het is alleen al leuk Franz Beckenbauer weer een paar keer tegen te komen. We kennen elkaar; ik heb nog samen met hem bij New York Cosmos gespeeld.’

Het Oranje van 1974 anno december 2005:

Rechtshalf Johan Neeskens is inmiddels 54 jaar. Hij was onder meer assistent-bondscoach van Oranje en hoofdtrainer van NEC. Neeskens woont in Vianen. Linksback Ruud Krol (56) was onder meer bondscoach van Egypte en is nu assistent-trainer van Ajax. Hij is woonachtig in Amsterdam. Linkshalf Willem van Hanegem (61) was onder meer trainer van Feyenoord, AZ en Sparta en assistent-bondscoach van Oranje. Nu is hij analyticus voor RTL en de NOS, en columnist voor het AD. Hij woont in Overveen. Centrale middenvelder Wim Jansen (59) is woonachtig in Hendrik-Ido-Ambacht en treedt op als technisch adviseur van Feyenoord. Eerder was Jansen trainer en technisch directeur bij onder meer SVV, Feyenoord en enkele Japanse clubs. Rechtsback Wim Suurbier (60) was in de VS technisch directeur van Ajax Orlando, waar hij nu de ploeg Onder-17 traint. Rechtsbuiten John Rep (54) trainde tot vorig seizoen zondagvierdeklasser Texel ’94 en doet nu scoutingswerk voor FC Omniworld. Hij woont in Wormerveer. Voorstopper Wim Rijsbergen is 53 jaar. De 28-voudige international was trainer van FC Volendam, NAC, FC Groningen en Universidad Católica (Chili) en assistent-coach van América (Mexico). Hij woont in Leiderdorp. Linksbuiten Rob Rensenbrink (58) koos na zijn voetbalcarrière voor een rustig bestaan in zijn woonplaats Oostzaan, terwijl laatste man Arie Haan (57) de wereld over reisde. Hij was trainer van onder meer Anderlecht, VfB Stuttgart en Feyenoord, en bondscoach van China. Haan woont in Stuttgart. Doelman Jan Jongbloed (65) was assistent-coach van Haarlem, Go Ahead Eagles en Vitesse. Voor de Arnhemse club traint hij nu nog de B-jeugd en de keepers. Jongbloed woont in Amsterdam. Johan Cruijff (58, zie kader hieronder) volgt de voetbalwereld nog steeds kritisch, onder meer via zijn columns in De Telegraaf en het maandblad Nummer 14.

De Vedette

JOHAN CRUIJFF

AMSTERDAM, 25 APRIL 1947

De eerste minuut van de WK-finale van 1974 is een van de meest herhaalde fragmenten uit de tv-geschiedenis. Johan Cruijff slalomt door de verdediging van de West-Duitsland, wordt neergehaald door Uli Hoeness en de Engelse scheidsrechter Jack Taylor geeft een strafschop, die Johan Neeskens benut. Het was helaas het enige opzienbarende moment in de eindstrijd van Cruijff, die een fantastisch toernooi door de 2-1 nederlaag geen passend slot kon geven. Hij had samen met trainer Rinus Michels zijn club Ajax inmiddels verruild voor Barcelona, dat de coach zelfs tijdens het WK nog opeiste voor enkele bekerduels. Na zijn succesvolle periode bij Barça speelde Cruijff voor Los Angeles Aztecs (VS), Washington Diplomats (VS), Levante (Spanje), opnieuw Ajax en Feyenoord. Daarna trainde hij Ajax en Barcelona. Nu is hij voornamelijk ambassadeur van de Johan Cruyff Foundation, een stichting die sportprojecten ondersteunt voor kinderen met en zonder handicap, en voetbalanalyticus bij de NOS-televisie. Cruijff, die 48 interlands speelde en daarin 33 keer scoorde, woont in Barcelona.

Tekst: Tom van Hulsen

Bovenstaande tekst werd gepubliceerd in het kerstnummer van 2005 van Voetbal International.

Met dank aan Tom van Hulsen!